Boris Orlando
Door Boris Orlando op

Varkensoren, aspic, pensen, zwoerd en mergpijpjes... Wie kent dit vergeten voedsel nog?

Voor onze grootouders was het eten van gelatineuze stukken vlees heel normaal. Zij deden het wellicht gewoon om economische redenen, maar het had ook een enorm gezondheidsvoordeel.

Gelatine maakt 50% uit van de eiwitten in een dier, maar komt veel minder voor in de actieve weefsels zoals de hersenen, spieren en lever.  Gelatine bestaat uit verschillende aminozuren: 35% Glycine, 12% Proline, 12% Hydroxyproline, 11 % Alanine en kleinere hoeveelheden Arginine, Asparaginezuur en Lysine.

Spierweefsel bestaat daarentegen uit de 8 essentiële aminozuren.

Vandaag wordt in de medische wetenschap en voedingskunde enkel gesproken over deze essentiële aminozuren. Ze worden de bouwblokken van de spieren genoemd. We maken deze aminozuren niet zelf aan en moeten ze dus uit voeding winnen. Volgens de fitnessmagazines moet wie spieren wil opbouwen kippenborst en steak eten. Voor en na de training gooien we daar best nog een proteïne shake met geïsoleerde aminozuren bovenop.

Het niet essentiële aminozurenprofiel van gelatine lijkt weinig waardevol.

Of toch niet? 

De aminozuren in gelatine worden dan wel ook in het lichaam zelf aangemaakt, in grote hoeveelheden is dat niet. Een extra toevoeging via de voeding is geen slecht idee.

  • Zo kan gelatine bijvoorbeeld helpen met de regeneratie van de weefselcellen in de darmwand. De doorlaatbaarheid van de darmwand, het zogenaamde “leaky gut sydroom” is volgens vele experten de hoofdoorzaak voor vele auto immuun ziektes.
  • Glycine, het meest voorkomende aminozuur in gelatine, heeft een celbeschermende, wondhelende en tumorwerende functie. Het lichaam maakt zelf zo’n 10 gram Glycine per dag, voldoende voor algemeen celherstel in een gezond lichaam. Maar zodra we stress uitoefenen op het lichaam, door een zware work out bijvoorbeeld, is dit reeds onvoldoende. Glycine is net zo belangrijk voor je spierherstel als de essentiële aminozuren.
  • Gelatine eten heeft neurologische gezonheidsvoordelen. Glycine heeft  een gelijkaardige structuur als gamma-amino-boterzuur (GABA), de meest voorkomende kalmerende neurotransmitter. Glycine kan net als GABA bijdragen tot een verbeterde slaap, mentale focus en heeft een antidepressieve werking.
  • Consumptie van gelatine stimuleert de lichaamseigen collageenproductie. Collageen zorgt voor de elasticiteit van onze huid en  is essentieel voor onze gewrichten en beenderdichtheid. Regelmatige consumptie van gelatine kan dus beschermen je tegen huidveroudering, artritis en osteoporose.
  • Het eten van gelatineuze stukken vlees zorgt voor een verlaging van de homocysteïnewaarden in je bloed. Homocysteïne is een bijproduct van de metabolisatie van methionine, het aminozuur dat in hoge hoeveelheid in spierweefsel voorkomt. Te hoge homocysteïnewaarden worden gelinkt aan cardiovasculaire ziektes. De aminozuren glycine en serine die in gelatine voorkomen zorgen ervoor dat homocysteïne terug wordt omgevormd in het onschadelijke methionine.

 

Hoe kan je meer gelatine eten?

Kook je eigen beenderbouillon! Je kan het op zich drinken of, zoals onze grootouders, als basis gebruiken voor soep en andere gerechten. Probeer zeker ons favoriete recept voor bottenbouillon uit! 

Je kan ook experimenteren met oude recepten zoals geroosterde mergpijpjes, pensensoep of gepekelde varkenssnuit. Hoewel dit voor de meer avontuurlijke kok is weggelegd, kan je toch vaak aangenaam verrast worden door spannende nieuwe smaken en texturen. 

De makkelijkste manier is gewoon experimenteren met gelatine in poedervorm.

Je kan simpelweg een lepel gelatine oplossen in een tas koffie, chocolademelk, in soep of eender welk warm gerecht.

Heel makkelijk en ideaal voor kinderen zijn zelfgemaakte gelatine snoepjes. Het recept vind je hier.