Boris Orlando
Door Boris Orlando op

Wie zich koolhydraatarm wil voeden, komt al snel in aanraking met de grote variatie artificiele zoetstoffen. Allen maken ze dezelfde belofte: een zoete smaak zonder calorieën of verhoging van de bloedsuikerwaarde. Klinkt aanlokkelijk, maar in ons achterhoofd echoën de verhalen over de kankerverwekkende chemicaliën waaruit commerciële artificiële suikervervangers opgebouwd zijn. Tijd voor een verduidelijking. Welke kunstmatige zoetstoffen zijn schadelijk voor je gezondheid?

Aspartaam (E951)

Dit is wellicht de meest omstreden suikervervanger. Ondanks de vele studies die de negatieve impact van aspartaam suggereren, is het nog steeds een veel gebruikte zoetstof in verwerkte voeding. Aspartaam is een eiwit dat in het lichaam in de aminozuren asparaginezuur en phenylalanine wordt omgezet. Het probleem is dat er bij dit metabolisme methanol vrijkomt. Methanol oxideert vanaf 30 graden en creëert dan de kankerverwekkende stof formaldehyde. Aangezien de lichaamstemperatuur 37 graden bedraagt, lijkt er dus wel degelijk een reden tot bezorgdheid. Methanol kan bovendien de hersenbarrière doordringen. Studies uitgevoerd voor de FDA (één keer voluit schrijven) concluderen dat aspartaam geen gevaar vormt. Talloze onafhankelijke studies echter verbinden de consumptie van normale hoeveelheden aspartaam met een verhoogd risico op kanker, beroertes en neurologische beschadiging [1]. In 2017 toonde een studie met muizen dat aspartaam een negatief effect heeft op het verteringsenzym fosfatase en zo glucose-intolerantie en zwaarlijvigheid zou promoten [2].

Acesulfaam-K (E950)

Deze zoetstof is 200 maal zoeter dan suiker maar heeft een bittere nasmaak. Daarom wordt acesulfaam-K wordt vaak in combinatie met andere zoetstoffen gebruikt. Muizen vertonen tumorontwikkeling en cognitieve degeneratie wanneer ze zeer hoge doseringen acesulfaam worden toegediend. Geringe consumptie toont niet hetzelfde effect en wordt dus algemeen als veilig gezien. In-vivo rattenstudies toonden ook dat acesulfaam-K een extra stijgend effect heeft op de insulinespiegel wanneer glucose reeds aanwezig is. Voldoende onderzoek ontbreekt echter om te veronderstellen (kunnen concluderen?) dat dit bij de mens ook het geval is.

Sacharine (E954)

Dit is de oudste chemisch ontwikkelde zoetstof. Net als aspartaam wordt sacharine geassocieerd met kanker. Dierproeven in de jaren ’70 toonden dat hoge consumptie van sacharine blaas- en huidkanker veroorzaakte. Later werden deze resultaten door epidemiologische studies tegengesproken. Tot vandaag blijft het onduidelijk of sacharine al dan niet kankerverwekkend is bij mensen.

Sucralose (E955)

Sucralose is eigenlijk suiker die moleculair omgevormd is en daardoor onverteerbaar wordt. Sucralose zou de bloedsuiker- en insulinespiegel niet beïnvloeden en ook in de darmen niet worden afgebroken. Sucralose kwam pas in 1998 op de markt en is dus nog een relatieve nieuwkomer. Veel onderzoek werd nog niet verricht, toch zijn er enkele recente proeven die enkele vraagtekens bij de zoetstof doen rijzen. In 2007 werd vastgesteld dat sucralose de insulinesecretie en het glucosetransport bij ratten beïnvloedde en bijdroeg tot gewichtstoename. Hetzelfde werd 4 jaar later vastgesteld in een studie met obese vrouwen. De meest alarmerende bevinding resulteerde echter uit proeven waar sucralose de darmflora bij ratten drastisch bleek te veranderen.[3] [4] Gezien een disbalans in het microbioom gelinkt wordt aan ontelbare ziektebeelden, is dit een niet te verwaarlozen ontdekking. Het onderzoek werd echter tot vandaag nog niet herhaald.

Polyolen

Polyolen, of suikeralcohol, kennen we als xylitol, sorbitol of maltitol. Ze komen natuurlijk voor in vruchten, berkenschors en bepaalde vezelrijke groenten. Allen scoren zeer laag op de glycemische index en zijn beduidend lager in calorische waarde dan tafelsuiker. Ze hebben allen een verwaarloosbaar tot onbestaand effect op de bloedsuikerspiegel en verhogen de insuline-uitstoot niet. Suikeralcohol is echter wel fermenteerbaar en veroorzaakt daardoor soms wat gastro-intestinale activiteit. Verhoogde consumptie leidt soms tot winderigheid en diarree. Deze zoetstoffen zijn niet aan te bevelen wanneer je aan IBS lijdt, maar zijn anders een relatief veilig alternatief op suiker. Van xylitol is zelfs bekend dat het helpt cariës te voorkomen en de botdichtheid bevordert. Ook zou xylitol tijdens haar fermentatie in de darmen bijdragen tot de productie van het immuunversterkende boterzuur.[5]

Stevia

In haar oorspronkelijke vorm werd stevia verkocht als een vermalen poeder van de bladeren van de subtropische plant Stevia Rebaudania. Het component rebaudisoide A heeft een zoetkracht die 100 tot 300 keer zoeter is dan tafelsuiker, maar het bittere component stevioside maakt dat vermalen steviablad slechts ongeveer 40 keer zoeter is dan suiker.

De plant groeit wild in subtropische landen. In Latijns-Amerika gaat het gebruik van stevia terug tot prehistorische tijden. De inheemse bevolking van Brazilië en Paraguay gebruikt de zoete plant reeds eeuwen. Het historische gebruik en de duizenden studies die in de laatste decennia zijn uitgevoerd, geven het vertrouwen dat stevia een volkomen veilige zoetstof is. Stevia heeft geen enkel effect op de bloedsuikerspiegel en laat de insulinespiegel ongemoeid. In de darm wordt stevia afgebouwd door de darmbacteriën tot glucose en steviol, een suikeralcohol dat via de urine wordt uitgescheiden.

Stevia kreeg de laatste jaren grote bekendheid, omdat de FDA de ban op het gebruik van de plant in 2008 ophief en stevia plots door de grote conglomeraten Coca Cola (onder het trademark Truvia) en Pepsi Cola (trademark PureVia) gebruikt kon worden. Hierdoor steeg het commercieel potentieel van stevia en werd een versie geproduceerd met een verhouding rebaudioside en stevioside die niet langer een bittere nasmaak heeft. Voor dit verwerkingsproces worden chemicaliën en GGO-maiszetmeel ingezet. Het eindproduct is 100x zoeter dan het oorspronkelijke steviablad. Deze afgeleide producten worden echter anders gemetaboliseerd dan natuureigen stevia en kunnen een afremmend effect hebben op de proliferatie van de darmflora. [6]

Conclusie

De gezondheidsrisico’s van kunstmatige zoetstoffen en suikervervangers zijn omstreden maar in vele gevallen toch alarmerend. Behalve de vermeende link met kanker zijn er talloze observationele studies die een correlatie tonen tussen de consumptie van softdrinks en de prevalentie voor zwaarlijvigheid, diabetes type 2 en metabool syndroom. Natuurlijk weten we dat correlatie niet gelijk staat aan causaliteit.

Wat echter wel met zekerheid vaststaat, is dat alle kunstmatige zoetstoffen in de darm terechtkomen en daar interageren met de darmflora.[7] Onder het motto “better safe than sorry” is het dus raadzaam alle kunstmatige zoetstoffen te vermijden. Wie suiker en zoet mindert, zal op termijn ook merken dat de smaakreceptie zich aanpast. (Zelf vind ik na 10 jaar paleo de smaak van cola veel te zoet en kunnen mijn smaakpapillen zelfs de zoete toets in citroensap detecteren). Wie toch af en toe zin heeft in echt zoet, kiest het beste natuurlijke stevia (niet truvia of purevia) of één van de suikeralcoholen.


[1] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28198207

[2] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27997218

[3] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3856475/

[4] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28198207

[5] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28198207

[6] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24251876

[7] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24251876